In gesprek met: Johan Doesburg en …
Ilay | October 20, 2010Johan Doesburg was de regisseur van de voorstelling Het Vuil, De Stad en De Dood van R.W. Fassbinder. Het toneelstuk dat in 1987 tot de Fassbinder affaire en de daaropvolgende zelfontvoering van acteur Jules Croiset leidde. Lucas De Man zal samen met hem terugblikken en met hem in gesprek gaan over welke rol angst tijdens de Fassbinder affaire heeft gespeeld.
Johan Th. Doesburg (Den Haag, 1955) is theaterregisseur en artistiek directeur van het Nationale Toneel. Hij regiseert zowel klassiek als modern toneelrepertoire.
Na allerhande baantjes en onvoltooide studies Nederlands en Pedagogiek, studeerde Doesburg van 1983 tot 1988 aan de regieopleiding van de Amsterdamse Toneelschool.
Oorspronkelijk wilde hij afstuderen met een enscenering van het controversiële, want door sommigen als antisemitisch beschouwde, stuk Het vuil, de stad en de dood van Rainer Werner Fassbinder. De eerste try-out van deze productie vond plaats op 18 november 1987 in het Rotterdamse Theater de Lantaarn en werd verstoord door tegenstanders van het stuk die het speelvlak bezetten. De voorstelling is daarna nog eenmaal gespeeld, in een besloten setting, voor honderd voorstanders en honderd tegenstanders. Daarna werd de voorstelling afgeblazen. In 2002 regisseerde Doesburg het stuk alsnog, bij Het Nationale Toneel. Ditmaal was er geen commotie. Hij studeerde uiteindelijk af met Betrayal (Bedrog, 1988), een tekst van Harold Pinter.
Tussen 1988 en 1994 werkte Doesburg bij ondermeer Teneeter en Toneelgroep Amsterdam. Bij dit laatste gezelschap regisseerde hij Mein Kampf (1989, tekst George Tabori), Vastgoed B.V. (1992, de tekst David Mamet werd in het plat Haags vertaald door Doesburg en Marcel Otten), en Nirvana (1994, Arthur Kopit). Hij was enige tijd verbonden aan Stichting De Bastaard alwaar hij ondermeer Grieks (1991, tekst Steven Berkoff) en 06 (1994, tekst op basis van spelimprovisaties). Deze voorstelling werd enkele maanden later onder dezelfde titel verfilmd door Theo van Gogh en won diverse prijzen.
In 1993 maakte Doesburg zijn eerste voorstelling bij Het Nationale Toneel, een enscenering van Steven Berkoffs Decadence. In 1994 trad hij bij dit gezelschap aan als artistiek directeur, eerst nog samen met Ger Thijs en vanaf 2000 naast algemeen directeur Evert de Jager. Hier regisseerde hij een grote diversiteit aan klassieke en moderne toneelwerken, bijvoorbeeld Hamlet (1998, Shakespeare), Blasted (1999, Sarah Kane), King Lear (2001, Shakespeare), alsook boekbewerkingen zoals Elementaire Deeltjes (2005, naar de roman van Michel Houellebecq) en Tirza (2010, naar de roman van Arnon Grünberg). In 2004 maakte hij met de korte film Passage.
De voorstellingen van Johan Doesburg zijn verscheidene keren genomineerd voor de Toneelpublieksprijs, een prijs die hij ook meerdere keren won. Acteurs in zijn voorstellingen werden veelvuldig genomineerd voor een Louis d’Or en Theo d’Or of wonnen deze zelfs. Zijn regies kenmerken zich veelal door een precieze choreografie, snel gemonteerde scènes, minimalistische scenografie en een zwarthumoristische blik op de tragiek van de mens.
Klik hier om terug te keren naar het programma overzicht
©2009 Emiel Muijderman
